
8 middelgrote gepelde gamba’s
1 citroen, uitgeperst
3 el olijfolie
versgemalen peper, zout
100 g mascarpone
2 el fijngehakte zilveruitjes
2 el fijngehakte cornichons
2 el fijngehakte kappertjes
¼ tl geraspte mierikswortel (potje)
1 tl fijngesneden dragon
1 el in piepkleine blokjes gesneden appel
¼ tl citroenrasp
witte wijnazijn
4 sneetjes pide (Turks brood)
4 zeebaarsfilets
25 g kroepoek, in kleine stukjes
Snijd de gamba’s fijn. Roer het citroensap met 1 eetlepel olijfolie en peper en zout naar smaak door elkaar en schep het door de gamba’s. Zet het mengsel minimaal 2 uur in de koelkast.
Meng de mascarpone met de zilverui, de cornichons, de kappertje, de mierikswortel, de dragon, de appel, de citroenrasp en peper en zout naar smaak. Voeg als het mengsel te dik is nog een drupje azijn toe, het moet stevig blijven. Zet het afgedekt in de koelkast.
Bestrijk huidzijde van de vis met olie , bestrooi de ander kant met peper en weinig zout naar smaak en bak de filets op de huid op een hoog vuur in de grillpan. Leg de vis met de witte zijde op een licht ingevette bakplaat en zet ze nog 5 minuten in de oven (65 °C).
Leg de sneetjes brood op de borden. Vorm met 2 lepels van de mascarpone-remoulade ovale quenelles en schep op elk bord 2 quenelles. Leg de vis met de huidkant naar boven op het brood en garneer met de kroepoek. Serveer direct.





